Georgia O’Keeffe

We kennen Georgia O'Keeffe van de schilderijen van New Yorkse wolkenkrabbers,  uitvergrote bloemen en vooral van de landschappen en dierenschedels van New Mexico.

in 1929 reisde de Amerikaanse schilderes naar New Mexico, samen met haar schildervriendin Rebecca Strand. Ze verbleven in Taos in het Sangre de Cristo-gebergte in het huis van Mabel Dodge Luhan, die hen een studio ter beschikking stelde.

Rotsen en botten van de woestijnbodem

Vanuit haar kamer had ze een scherpk zicht op het Taos-gebergte en op de morada (ontmoetingshuis) van de Hermanos de la Fraternidad Piadosa de Nuestro Padre Jesús Nazareno oftewel de Penintentes. O'Keeffe maakte veel trips en verkende die zomer de ruige bergen en woestijnen van de regio en bezocht later de nabijgelegen DH Lawrence Ranch, waar ze haar  beroemde olieverfschilderij The Lawrence Tree voltooide.

Vanaf dat moment ging ze bijna elk jaar in New Mexico werken. Ze verzamelde stenen en botten van de woestijnbodem en maakte ze, samen met de typische architecturale en landschappelijke vormen van het gebied tot onderwerp van haar schilderijen. O'Keeffe, een echte loner, verkende haar geliefde streek in een Ford Model A. In 1936 voltooide ze wat een van haar bekendste schilderijen zou worden, Summer Days. Het toont een woestijnscène met een hertenschedel met levendige wilde bloemen. Lijkend op Ram's Head with Hollyhock beeldde ze een schedel uit die boven de horizon zweefde.

Sun Prairie

Georgia O'Keeffe werd geboren op 15 november 1887 in een boerderij in de stad Sun Prairie, Wisconsin. Ze was de tweede van zeven kinderen. Op haar tiende had ze besloten kunstenaar te worden. Samen met haar zussen Ida en Anita kreeg ze teken- en schilderles van de plaatselijke aquarellist Sara Mann.

Het begon allemaal serieus op de School of the Art Institute of Chicago in 1905 en daarna de Art Students League of New York. De lessen concentreerden zich het kopiëren van wat er in de natuur was, terwijl zij eigenlijk meer van de essentie wilde pakken. In 1912 kwam ze in aanraking met de principes en filosofieën van Arthur Wesley Dow, die zijn werk creëerde op basis van persoonlijke stijl en interpretatie van onderwerpen, in plaats van ze te kopiëren of te representeren. Dow's aanpak was beïnvloed door principes van de Japanse kunst met betrekking tot stijl en compositie. O'Keeffe  begon te experimenteren met abstracte composities en ontwikkelde een persoonlijke stijl die afweek van het realisme.

Alfred Stieglitz

Dit veroorzaakte een grote verandering in de manier waarop ze over kunst dacht en die benaderde. In 1915 voltooide ze een reeks innovatieve houtskool abstracties, gebaseerd op haar persoonlijke sensaties. O'Keeffe stuurde de houtskooltekeningen per post naar een vriend en voormalig klasgenoot van het Teachers College van Columbia University, Anita Pollitzer, die ze begin 1916 aan Alfred Stieglitz liet zien in zijn 291-galerie. Stieglitz vond dat ze de 'puurste, fijnste en oprechtste dingen die hij in lange tijd gezien had’, en zei dat hij ze graag zou willen exposeren. In april van dat jaar waren tien van haar tekeningen  te zien in galerie 291.

O'Keeffe verhuisde in 1918 op verzoek van Stieglitz naar New York en begon serieus te werken als kunstenaar. Stieglitz, vierentwintig jaar ouder dan O'Keeffe, bood financiële steun en regelde in 1918 een verblijfplaats en atelier voor haar in New York. Terwijl hij haar werk promootte, ontwikkelden ze  een hechte persoonlijke band. Ze leerde de vele vroege Amerikaanse modernisten kennen die deel uitmaakten van Stieglitz' kunstenaarskring. Onder andere de fotografie van Paul Strand, evenals die van Stieglitz, inspireerde O'Keeffe's werk.

Prive-sensaties en gevoelens

O'Keeffe wilde haar meest persoonlijke sensaties en gevoelens uit drukken. In plaats te beginnen met een schets voordat ze ging schilderen, ging ze direct aan de slag. In het midden van de jaren twintig  maakte ze ongeveer 200 bloemenschilderijen. Het waren enorme bloemen, van onder andere oosterse klaprozen en verschillende rode canna-schilderijen. Het leek alsof ze door een vergrootglas werden bezien. Ze schilderde haar eerste grootschalige bloemenschilderij, Petunia, nr. 2, in 1924, dat voor het eerst werd tentoongesteld in 1925. Op 20 november 2014 werd O'Keeffe's Jimson Weed / White Flower No 1 (1932) in 2014 verkocht voor $ 44.405.000. op een veiling voor Walmart-erfgename Alice Walton, meer dan drie keer het vorige wereldrecord op de veiling voor een vrouwelijke artiest. Ondertussen waren Stieglitz en O'Keeffe in 1924 getrouwd.

Velen vonden dat de Red Canna-schilderijen eruit zagen als vrouwelijke genitaliën, maar O'Keeffe ontkende dat dat het geval was. De reputatie van de uitbeelding van de seksualiteit van vrouwen werd ook gevoed door expliciete en sensuele foto's die Stieglitz had gemaakt en tentoongesteld van O'Keeffe.

Wolkenkrabbers

Nadat ze in 1925 zijn intrek had genomen in een appartement op de 30e verdieping van het Shelton Hotel, begon O'Keeffe met een reeks schilderijen van de wolkenkrabbers en de skyline van de stad. In 1928 maakte ze een stadsgezicht, East River vanuit de dertigste verdieping van het Shelton Hotel, het was een uitzicht op de East River en de rookpluimen van de fabrieken in Queens. Het jaar daarop maakte ze haar laatste skyline- en wolkenkrabberschilderij in New York City. Ze reisde naar New Mexico, dat, zoals we zagen,  een grote bron van inspiratie werd.

O'Keeffe werkte niet van eind 1932 tot ongeveer halverwege de jaren dertig, toen ze verschillende zenuwinzinkingen had en opgenomen werd in een psychiatrisch ziekenhuis. Deze zenuwinzinkingen kreeg ze toen ze hoorde van een affaire van haar man.

Hawaï  

In 1938, hersteld, accepteerde ze een uitnodiging om naar Hawaï te gaan, ook om voor een ananas inblikbedrijf een ananasplant te schilderen. Ze had ook de gelegenheid andere Hawaïaanse onderwerpen vast te leggen. Verreweg de meest productieve en levendige periode op Hawaï was in Maui. Ze schilderde bloemen, landschappen en traditionele Hawaiiaanse vishaken. Terug in New York voltooide O'Keeffe een serie van 20 sensuele, groene schilderijen. Ze schilderde de gevraagde ananas echter pas toen de Hawaiian Pineapple Company een plant naar haar atelier in New York stuurde.

In de jaren veertig had O'Keeffe twee retrospectieven, de eerste bij het Art Institute of Chicago (1943). Haar tweede was in 1946, toen ze de eerste vrouwelijke kunstenaar was die een retrospectief had in het Museum of Modern Art (MoMA) in Manhattan.

Abiquiú

Na de dood van Stieglitz in 1946 woonde ze permanent in New Mexico in Georgia O'Keeffe Home and Studio in Abiquiú, tot de laatste jaren van haar leven toen ze in Santa Fe woonde. In 2014 werd het schilderij Jimson Weed uit 1932 verkocht voor $ 44.405.000, meer dan drie keer het vorige wereldveilingrecord voor een vrouwelijke artiest. Na haar overlijden in 1986 werd in Santa Fe het Georgia O'Keeffe Museum opgericht.

Hoewel feministen O'Keeffe vierden als de grondlegger van de ‘vrouwelijke iconografie’, weigerde O'Keeffe zich aan te sluiten bij de feministische kunstbeweging of samen te werken met projecten die uitsluitend vrouwen waren. Ze vond het niet leuk om een ‘vrouwelijke artiest’ te worden genoemd en wilde als een ‘artiest’ worden beschouwd.

Afbeeldingen

1) Ram's Head with Hollyhock, 2) The Lawrence Tree, 3) Petunia, nr. 2, 4) Jimson Weed / White Flower No 1, 5) Red Canna, 6) cityscape & skyscraper painting, 7) pineapple bud, 8) Black Mesa Landscape, 9) Abiquiú, 10) Georgia O’Keeffe

 

Functie / titel:
schilder
Geboorte- en sterfdatum:
15 november 1887 / 6 maart 1986
Plaats geboorte:
Sun Prairie, Wisconsin
Plaats sterven:
Santa Fe
Sekse:
Vrouw
Woonplaatsen:
Sun Prairie, Chicago, New York, Charlottesville, New York, Columbia (South Carolina), Canyon (Texas), New York, Taos (New Mexico), Hawaii, Abiquiú (New Mexico), Santa Fe

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0