De wereld van de Haagse kunstenaar, 104 - Thea Bonnecroy

Als ik haar werkplaats aan de Pastoorswarande binnenloop, een flinke ruimte, hoog ook, zie ik haar druk aan het werk. Ze is bezig met een torso. Het is een steen met veel verhaal, vertelt ze even later.

Thea wil beeldhouwen zonder regels. Ze zoekt vooral naar beweging en gevoel. “Het leven hangt van regels aan elkaar. Als ik bezig ben, bestaan die niet meer.” Stenen raken haar aan, zegt ze. “In steen zit een verhaal, alleen al omdat ze ergens vandaan komen. Ik geef ze een ander verhaal mee. Ik vind het bijzonder dat ze mij overleven met een nieuw verhaal.”

Italië

Ze gebruikt veel soorten steen. Zoals albast, hardsteen, marmer, serpentijn en travertin. “Travertin is uitdagend en fantastisch materiaal. Ik haal de steen bij de beeldhouwwinkel. Marmer is Italië. Mijn beelden hebben bijna allemaal een Italiaanse naam. Ik houd van Italië, van de manier van praten, het chaotische. Ook het regels omzeilen. Het volk spreekt mij meer aan dan Frankrijk, waar mijn familie oorspronkelijk vandaan komt.”

Haar familie, Hugenoten die naar Nederland trokken, zat in het zijdemakersvak. “Mijn opa was kleermaker in Rotterdam en mijn vader ook. Hij had de stille wens kunstenaar te worden, maar moest van zijn vader een echt vak in.” Tot 2001 had Thea een baan: financial planner. In dat jaar zegde zij die baan op om fulltime beeldhouwer te worden.  “Mijn vader heeft dit nog meegemaakt. ‘Trots dat jij dit hebt gedurfd’ zei hij.”

Dieren en mensen

Als ze terugkijkt denkt ze dat dit de juiste keus was. “Op school was ik niet goed met tekenen.  Daar ik met een kunstenaar getrouwd ben (Paul Versteegh, schilder), had ik wel interesse in de kunst. Maar ik ging werken. Omdat ik vaak sjouwde met stenen, dacht ik op gegeven moment: ‘Ik moet iets met steen’. Toen, het was 1994, ben ik beeldhouw cursussen gaan volgen, onder andere bij het Koorenhuis en later op de Vrije Academie modeltekenen van Pien Hazenberg. Ik leerde vooral een andere manier van kijken. Dat ik pas later met beeldhouwen ben begonnen, had wel een voordeel: veel jonge kunstenaars hebben moeite om na hun opleiding het hoofd boven water te houden.  Mijn hoofd was al boven water. Ik had absolute vrijheid.”

Tijdens het werk ontstaat het beeld. Haar vorm is “van alles in de tijd”, dieren en mensen vaak. “Wat dieren betreft wil ik niet zozeer de vogel uitbeelden, maar het vliegen. Niet de mens, maar de kracht. Niet de bloem, maar de sierlijkheid.” Ze klopt met hamer en beitel. De hardheid van de steen is op de schaal van mohs onderverdeeld in een reeks van 1 tot 10. Thea werkt tussen 2,5 en 5. “je moet een goede houding en techniek hebben. En natuurlijk goed gereedschap.”

Steenslag94

Steenslag94 staat er op het raam van het bedrijfspand. Dat slaat op het jaar dat ze op cursus ging bij het Koorenhuis en op beeldhouwen. Tevens geeft ze les aan 15/20 cursisten per week. Eens per jaar is er een tentoonstelling van hun werk in het pand en elk jaar gaat ze met een aantal cursisten naar Frankrijk, de Vogezen.

Al 18 jaar is ze dagelijks bezig met beeldhouwen. “Al doende leer ik. In de loop der jaren ben ik kritischer geworden en mezelf meer uitdagingen gaan stellen. Een uitdaging is onder andere de hardheid van de steen. En daarnaast het gevoel van de steen en het verhaal van de steen begrijpen. Ze heeft geleerd dat voorzichtigheid geen kunst baart. “Je moet lef hebben. Het moet mogen breken. Heb je geen lef, dan is het lastig om beeldhouwer te zijn, althans in steen. In klei is een ander verhaal. Ik heb een techniek aangeleerd die me veroorlooft te kunnen corrigeren.” De steen waarmee ze nu bezig is, was ooit een grafsteen op een Haagse begraafplaats. Ze kreeg hem mee als ze de naam verwijderde. Het is niet haar mooiste beeld,  maar wel een beeld met veel verhaal.

Het was een heel gevecht. “Er zat proxy lijm in, ik kwam er amper doorheen. Zoals je ziet zitten er veel gaten in de steen.” Het beeld, een torso, krijgt de naam ‘La Bella Vita’. De meeste beelden verkoopt ze. Van sommige beelden kan ze geen afstand nemen en die worden dan ook niet verkocht. De meeste beelden komen terecht in interieurs en tuinen.”

Open Ateliers Den Haag

Ze organiseert daarnaast jaarlijks de Open Ateliers Den Haag, dit jaar in het weekend van 5 en 6 oktober. “Het betreft kunstenaars met een atelier binnen ‘de Haagse grachtengordel’, zeg maar binnen het gebied van de route die de boten van de Ooievaart varen. Van te voren bezoek ik altijd een aantal ateliers. Super leuk om te doen.”

Drie jaar achtereen was ze met drie vrouwelijke collega’s in Chicago om beeldsculpturen te maken in de sneeuw. “We beschikten over een kubus van 3x3x3. Een hele ervaring rijker. We maakten een abstract werk, de meeste andere kunstenaars maakten figuratief werk, zwanen en Disney figuren. Met het werk hebben we de krant van Chicago gehaald. Het was wel koud, dus warme kleding was bittere noodzaak. Het was gaaf om te doen.”

Volière

We gaan nog even de trap op naar de bovenverdieping. In een toonzaal zie ik diverse beelden, van verschillende materialen, op sokkels. Veel dieren, vooral katten en vogels, sommige heel klein. “Ik ben een dierenmens. We hadden vroeger thuis een grote volière en daarin zat ik de vogels te bekijken. Later kwam er een kat en nu hebben we een hond met wie ik bijna elke dag naar het strand ga en daar zijn dan ook weer de vogels. Met vogels ben ik nooit klaar. Het is vooral de manier van bewegen, de sierlijkheid en vrijheid die me fascineert.”

Heeft ze – tot slot – nog een filosofische gedachte? “Thea Bonnecroy: “Ik heb de ambitie te groeien, niet in belangrijkheid, maar in mijn zoektocht in steen. Beeldhouwen is ruimte maken in steen, waardoor ik ook ruimte maak in mezelf, met respect voor het materiaal.”

https://www.theabonnecroy.nl/
http://steenslag94.nl/   

 

Circa:
Nee

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0