De wereld van de Rotterdamse kunstenaar, 44 - Astrid Meijer

Astrid Meijer transformeert gevonden voorwerpen tot een zeer eigen, subtiele kunstvorm. Ze is geïnspireerd door processen van groei en verval.  Niet alle gevonden voorwerpen spreken haar aan, ze heeft duidelijke voorkeuren. Bijvoorbeeld klassieke Queen Ann meubels met hun fraai gedraaide zwarte pootjes, Chesterfield banken met hun diepliggende noppen, takken uit haar volkstuin maar bovenal fraaie klassieke handschoentjes, zowel getint als wit, met als toppunt de geitenleren witte Franse glacé, die flink gedragen mag zijn.

In haar atelier achter het Centraal Station zie ik aan de muur en links op een kastje fraaie exemplaren. Veel meer heeft ze er in laatjes. Ze laat er een paar zien. Het begon allemaal met haar strooptochten op zoek naar voorwerpen. In 1996 vond ze, lopend over de Rotterdamse rommelmarkt haar eerste leren handschoen. Al snel raakte ze gefascineerd.

Poliepen

“Ik werd gegrepen door de aanblik van het zachte nootbruine leer, het patina, de expressieve kleine vingers. Daarna begon ik ze verwoed te verzamelen. Ik zag in een flits de mogelijkheden om hier op door te gaan.”  Inmiddels heeft ze ruim 500 paar, of beter gezegd 1000 losse stuks, want handschoenen vind je meestal als los exemplaar.

Ze ging ze omvormen tot objecten, nieuwe wezens. Haar eerste associatie waren poliepen. Ze plaatste de witte exemplaren als installaties in muren en later weer bruine in grotere gevonden voorwerpen als oude Chesterfield banken, waardoor die objecten op zwammen leken die na een regenbui flink gegroeid waren.

Recent was ze in Parijs, waar zij dankzij  Open Art Exchange deelnam aan een kunstbeurs, op zoek  naar nieuwe leren handschoenen in (vintage) winkeltjes achter de Marché aux Puces, de vlooienmarkt. Haar werk viel op, maar ze vraagt zich af of de Fransen hun eigen handschoentjes wel herkenden, terwijl het toch om een typisch Frans product gaat. Het leer komt uit Millau, het leercentrum van Frankrijk. Er is het Musée du Gant et de la Peau.

Huid en textuur

Haar atelierruimte is bijzonder gevuld. Tegenover me zie ik gestapelde dozen en koffers, een etalagepop ertussen. Centraal staat een grote vierkante verzameltafel met een landschap van materialen waaronder warrig ijzerdraad en koraal, strandvondsten en oud ijzer. Er bovenuit steken twee hengels, overblijfselen van een drijvend kunstwerk. Met al die voorwerpen wil ze ooit iets doen. Wanneer en hoe is afhankelijk van hoe associaties ontstaan voor een werk in een tentoonstelling.

Er is een onderliggend patroon te zien bij al die voorwerpen: een interesse in huid en textuur. Het komt niet alleen tot uiting in de getransformeerde handschoenen en chesterfields, maar ook in de blinddruk in etspapier. Astrid: “Het gaat om voelen, tasten, grijpen, gestolde indrukken. Het trekt mij aan mij aan om iets te vervormen. Want vaak vind ik het materiaal niet eens mooi, die Chesterfields en die Queen Ann tafels. Ik ga er mee aan de slag, die tafels klap ik uit zodat ze gaan vliegen. Het zal wel mijn behoefte zijn om burgerlijkheid op de hak te nemen.”

Maar niet alleen dat. Het gaat er haar ook om dat de natuur onder druk staat en dat de mens te weinig teruggeeft aan die natuur. “De natuur wordt gebruikt en verbruikt. De balans slaat door ten negatieve. Daarom kijk ik in mijn kunst extra intens naar gewone zaken, zodat ze voor mij levendig en nieuw worden. Dat verrijkt mijn wereld. Het is heel klein, en minimaal vaak. Het gaat mij niet in de eerste plaats om esthetiek.”

Ladder of Escape  

We lopen naar de andere kamer van haar atelier. Daar is het aanzienlijk minder druk met allerlei voorwerpen. Het is meer een toonkamer met museale stukken. Ik zie haar Ladder of Escape, een belangrijk werk. Het is een ladder, waarvan de sporten zijn geconstrueerd uit getransformeerde handschoenen paren, een soort Siamese tweeling, waarbij de vingers houvast lijken te geven. “De Ladder of Escape kun je beschouwen als een sleutelwerk. Het staat voor de mogelijkheid te kunnen ontsnappen aan de werkelijkheid. Het is een symbolische ladder van zacht materiaal met afwisselend zwarte en witte sporten. Dat refereert aan een zebrapad waar je veilig denkt te kunnen oversteken.”

Ernaast hangt het werk  ‘Basse Couture’. Ze vond het hoopje textiel aan het strand en ging het voorzichtig ontrafelen. Het bleek behoorlijk uit te lopen naar beneden. Ze voorzag het van lange zwarte handschoenen. “Het is de schoonheid van het imperfecte, Wabi Sabi zoals de Japanners het noemen. Uiteindelijk is wat er nu ontstaat nog mooier dan het origineel, toen het nog niet weggegooid was.”

Insecten

Er staan ook lang witte dunne staken gestoken in piepschuim die eindigen in witte huisjes. Het werk, ‘Schimmige Stad’ stond ooit geëxposeerd in de Kunstruimte van Stichting KunstWerkt in Schiedam (www.stichtingkunstwerkt.nl). “Er stonden toen (o.a.) ook constructies van Eduard van Toledo bij. De staken zijn afkomstig van de Gulden Roede plant, de Solidago Gigantea, uit mijn volkstuin.”

In de lucht zie ik haar insecten / vogels / vleermuizen. Ze waren ook te zien bij de buitenexpositie in 2013 in de Rotterdamse Avenue Concordia, ‘Arte Concordia’. Het zijn doorgezaagde Queen Ann tafeltjes, waarbij de poten een nieuwe plaats kregen. Prachtig. Op de grond staat een drietal ineengeschoven Queen Ann tafeltjes op de kop, op zich al een kunstwerk.

Midden op de vloer ligt zwart tekenpapier iets te bedekken. Ze haalt er een paar weg en dan zie, op een zwarte achtergrond allerlei witte vormpjes. Het lijkt wel een universum met ronddraaiende elementen. “Het heet ‘Gloves Big Bang’, met snippers van verknipte handschoenen. Het werk is nog in uitvoering. Ik denk na hoe ik die elementen het beste vast kan zetten.”

En daarboven aan de muur handschoenen. Eenmaal gedrukt (met blinddruk) in etspapier, en daarnaast een grote leren handschoen, waarvan de duim helemaal is uitgepeld tot een bolvorm, naast een kinderhandschoentje met een vervormde duim waar duidelijk verwoed aan gesabbeld is. Helemaal rechts ook nog een zelf geassembleerd  klankapparaat, want Astrid verzamelt niet alleen vergeten voorwerpen, maar ook vergeten geluiden. Zie haar website.

Twee sporen

We gaan terug naar haar werkruimte. Hoe lang is Astrid al kunstenaar? “Officieel vanaf 1999, maar natuurlijk veel langer. Na mijn eindexamen VWO ging ik naar de Vrije Academie in Delft. Ik ging erop uit met een eenvoudige camera en raakte verslingerd aan beelden van vervallen schuttingen en roestige metalen.” Daarna deed ze bij de Koninklijke Academie in Den Haag de grafische en typografische opleiding. Daar heeft ze verder niet zo veel mee gedaan, maar het was een goede basis om het pad van het vrije kunstenaarschap in te slaan.

Vijf jaar lang volgde ze ook een muziekstudie waarvoor ze zelfs examens deed. Lang zat ze op twee sporen, maar uiteindelijk werd het de vrije kunst. Maar in performances combineert ze soms nog de twee. En de geluidskunst onderzoeken zijn ook een na-effect van die muziekstudie.

Chesterfield met spruitjes

Hoe ervaart ze het kunstleven? “In een grote stad zoals  Rotterdam iseen gevarieerd kunstleven. Ik houd van de aanwezigheid van al de culturele activiteiten en artistieke broedplaatsen. In Schiedam  ben ik actief in de expositiecommissie bij Stichting KunstWerkt en aldaar ook aangesloten bij galerie Open Art Exchange.”

Ze laat nog een paar rollen zien die, uitgerold, een prachtig beeld opleveren van een Chesterfield met spruitjes erin, een mooi patroon, en een ander van een chesterfield met de scheuten van uitgelopen krielaardappeltjes. Je zou er goed een ruimte mee kunnen behangen.

Leve de verbeelding, Leve de bevlogenheid

Heeft ze, afsluitend, een filosofische conclusie? Die heeft ze. Astrid: “Wat ik laat zien is dat een heleboel er eigenlijk al is. Er ligt zoveel voor het oprapen. Het gaat om aandacht en kijken. Niet langslopen, maar zien. Niet hard hollen op weg naar wat je wilt hebben, maar plots getroffen worden en verwonderd stilstaan. Samenvallen met het moment. De ingeslopen routines en aannames loslaten. Er gaat een nieuwe wereld open, die van verwondering.”

“Verbeelding kost geen euro, enkel aandacht en openheid. Zo mooi in deze tijd waarin steeds meer de aandacht gaat naar wat gemeten kan worden naar economische waarde, ik zeg maar ‘Leve de intrinsieke waarde. Leve de verbeelding, Leve de bevlogenheid’.

Afbeeldingen

1) Gloves Big Bang, 2) snipper, 3) We Will Never Be Defeated, 4) Ladder of Escape, 5) Blinddruk en handschoenen, 6) Poliepen, détail installatie, 7) demi-figure van twee handschoenenduimen, 8) Schimmige Stad, 9) chesterfield gestroopt, 10) Pterocopters-Vleugeltafels, 11) vergeten voorwerpen, geanimeerde geluiden, 12) Basse Couture, 13) chesterfield met spruitjes, 14) portretfoto Astrid Meijer           

https://astridmeijer.com/

Circa:
Nee

Reageren

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Aantal stemmen: 0